donderdag 16 november 2017

Donar en Lycurgus zitten tegen hun internationale grenzen aan

De Groninger sportliefhebbers hebben zich aan veel mooie gebeurtenissen mogen laven, maar deelname aan de prestigieuze Champions League is hen nog niet gegeven. Voor FC Groningen, dat in haar prijzenkast nog altijd een plaatsje vrij houdt voor de cup met de grote oren, lijkt dat ook een utopie gelet op de ontwikkelingen in het voetbal. De stadse zaalclubs mogen er daarentegen de laatste jaren steeds aan ruiken. Maar voor een ticket van het kampioenenbal schieten ze op het moment suprême te kort. Donar haalde nog wel de drempel in Madrid, maar daar klapte thuisspeler Estudiantes alsnog – in de verlenging – de deur dicht. En afgelopen zondag zag ook Abiant/Lycurgus deze illusie in (Belgische) rook opgaan.

Dat was overigens geen schande, niet voor Donar en evenmin voor Lycurgus. Verre van dat zelfs. Beide landskampioenen presteerden naar vermogen. Ze missen simpelweg de euro's die nodig zijn om structureel op het hoogste internationale podium te kunnen acteren. Lycurgus moest de handdoek gooien in Belgisch Limburg, waar de lokale trots Noliko Maaseik de beschikking heeft over een budget dat zo'n vijf keer dat van Lycurgus is. Waar de Groninger club het met 4.5 ton moet doen, zit Noliko op een slordige twee en een half miljoen. En ja, in de profsport geldt nu eenmaal de wet dat de hoeveelheid beschikbaar geld de kwaliteit van de spelersgroep bepaalt. Niet voor niks spelen twee van de beste spelers van Lycurgus in de afgelopen jaren, spelverdeler Jay Blankenau en libero Just Dronkers, momenteel voor een veel beter traktement in Maaseik.

Vergeleken met Noliko Maaseik is Lycurgus ook maar een veredelde amateurclub. Kijk eens naar het organogram van Noliko en zie hoe deze club bedrijfsmatig is ingericht, met aan de top een heuse Raad van Bestuur. Kom daar bij Lycurgus eens om. Daar is het vooral bestuurlijk tobben. De bestuurstafel heeft veel weg van een duiventil. Voorzitters komen en gaan de laatste jaren. Het rijtje Cees-Jan Gieskes, Rob Birza (interim), Mark Boumans, Paul van der Wijk en nu weer (waarnemend) Bert Eissens zegt veel over de continuïteit bij Lycurgus. Die is er dus niet.

Niet alleen voorzitters zijn geen constante factor, maar ook andere kaderleden houden het om hen moverende redenen doorgaans vrij snel voor gezien. Onlangs meldde Jack Suiveer, de man die als publieksaanjager Martiniplaza's vol kreeg en daarmee Lycurgus flink wat toprecettes bezorgde, dat hij het voor gezien hield. Hij werd voorafgegaan door Allard Bloem (technische zaken), Paulien Schoonhoven (commerciële zaken). Zij beheerde de portefeuille die Hans Buissink enkele jaren geleden ook al vrij snel ter beschikking had gesteld. Verder is ook (stilletjes) de vermogende zakenman Erwin Rob, de man van de alternatieve veerdienst op Terschelling, bij de Lycurgus verdwenen. Zijn vertrek is omgeven door schimmigheid. 

Al met al een verontrustende gang van zaken, want de basis van sportief succes ligt – aldus Ed Zijp, de man die bij FC Groningen de boel bestuurlijk op poten heeft gezet – in een krachtige, duurzame organisatie van bovenaf.

Bij Lycurgus is men binnen de lijnen verder dan er buiten. Dat heeft nagenoeg alles te maken met coach Arjen Taaij, die als Lycurgusman in hart en nieren zijn hele ziel en zaligheid in de club gooit. Hij houdt zich ook intensief met de organisatie bezig en kijkt met een visionaire blik richting toekomst. Daarin moet de Champions League in 2020 pas haalbaar zijn. Er is dus nog tijd om die doelstellingen te realiseren. Echter, dan zal die al twee jaar geleden aangekondigde slag naar professionalisering van de organisatie toch eens spoedig haar beslag moeten krijgen.

Niet alleen Taaij is overigens een stabiele factor bij Lycurgus, maar bovenal hoofdsponsor Abiant. Ooit komt er een tijd dat aan deze zakelijke liefde ook een eind komt, maar vooralsnog lift de goed draaiende uitzendgroep graag mee op de successen in het veld.

Donar is al jaren – vergeefs – op zoek naar een hoofdsponsor. Maar ook zonder de vorstelijke injecties van GasTerra is de tweede sportattractie van de Stad soepel draaiende te houden als topclub in Nederland. Dat heeft alles te maken met de grote en vooral ook trouwe achterban, die grif (tamelijk prijzige) seizoenkaarten koopt. Zo'n 1700 voor dit seizoen en dat aantal is alleen al goed voor een kwart miljoen aan inkomsten. Uniek ook in Nederland, de enige zaalsportclub die zo veel seizoenkaarthouders heeft. Menige Jupiler Leagueclub zal er zelfs jaloers op zijn.

Des te verwonderlijker is het dat het bestuur Stokroos geen hoofdsponsor aan zich kan binden. Er gaat een verhaal dat Donar te hoog in de boom zit qua vraagprijs (3 ton op jaarbasis), maar uitsluitsel daarover wordt niet gegeven. Wat wel aannemelijk is, is dat het fors sponsoren van een basketbalclub niet aantrekkelijk is voor potentiële bedrijven vanwege de geringe exposure die deze sport in dit land heeft. De eredivisie is een kind met een waterhoofd, met vier serieuze profclubs en en vijf veredelde amateurclubs.

In basketballand is evenwel niemand die deze nooddruftige situatie aan de kaak stelt. Een Beneleague, zoals in handbal en ijshockey om het niveau op te krikken, is niet bespreekbaar en dus moddert de DBL (Dutch Basketball League) maar wat aan. En maar klagen dat er geen media-aandacht is.

Mede daardoor zit Donar, net als Lycurgus trouwens, tegen haar internationale grenzen aan. Met een begroting van zo'n anderhalf miljoen mag je dan spekkoper zijn in Nederland, buiten onze grenzen zit je in de klasse der dwergen. Ben je als Donar zijnde te klein om structureel in de Champions League te kunnen opereren. In dat geval moet er toch minimaal een miljoentje bij, al zit je dan nog tegen de ondergrens van het broodnodige aan. Estudiantes, dat Donar, in de laatste CL-voorronde elimineerde, heeft een begroting van zeven miljoen. Op ongeveer datzelfde bedrag zitten ze in Groningens partnerstad Oldenburg.

Donars coach Erik Braal mag dan stellen dat het benoemen van begrotingen in relatie tot de kracht van een team typisch iets is voor journalisten, het bagatelliseren er van getuigt niet van realisme. Met meer geld kun je nu eenmaal betere spelers ophalen. Zo is het altijd geweest en zo zo zal het altijd zijn. Er heeft nog nooit een club van anderhalf miljoen welke Europese beker dan ook (er zijn er vier) gewonnen. En dat zie ik Braal, met alle respect voor zijn vakmanschap als coach, met Donar ook niet doen.

Kortom, wil Groningen zich als zaalsportstad internationaal profileren, dan moet er meer geld op tafel komen. Eén van de manieren om dat te realiseren is de bouw van een échte topsporthal, waar financiële experts ook nog eens een goed verdienmodel op kunnen projecteren. Te denken valt aan een arena met tussen de eerste en tweede ring een x-aantal businessloges, die ook bij grote concerten en andere, incidentele topsportevenementen goed verkoopbaar zijn. In de seizoengids van de EWE Baskets in Oldenburg staan wat horecacijfers die de club tonnen heeft opgeleverd. Er werden alleen al bij het basketbal 11.900 Brezeln, 20.400 braadworsten en 18.360 liter bier (72.000 glazen) verkocht.

Er is, zo stond onlangs in het Dagblad van het Noorden te lezen, inmiddels een en ander in gang gezet door de heren De Rook (wethouder), De Kok (directeur MartiniPlaza) en Stokroos (voorzitter Donar). Zij lieten zich nogal pontificaal fotograferen als initiatiefnemers van een mogelijk nieuwe topsportarena. Een wat geforceerd aandoende Goed Nieuwsshowtje nadat beide clubs enkele keren niet in Plaza terecht konden. Blijkbaar beginnen de komende gemeenteraadsverkiezingen hun schaduw vooruit te werpen. Sport is al sinds mensenheugenis het stiefkindje van de stadse politici.

Er schijnen zich krachten te ontwikkelen die zich tegen deze opstelling in het stadhuis verzetten. En terecht gezien het aantal sportliefhebbers in de Stad en Ommeland, zowel actief als passief. Wekelijks genieten duizenden mensen op alle mogelijke manieren van topsport en het geeft geen pas hen stelselmatig te negeren. Dan sta je als politicus (m/v) niet met beide benen in de maatschappij.


Derde Helft (357)

Het gaat binnen de lijnen beter met Abiant/Lycurgus dan er buiten. Het streven van de clubleiding naar professionalisering van de organisatie loopt niet echt lekker. Stapte onlangs de vierde voorzitter in korte tijd op, Paul van de Wijk, met in zijn kielzog bestuurslid technische zaken Allard Bloem, inmiddels moet de volleybalkampioen van Nederland ook verder zonder Jack Suiveer en Paulien Schoonhoven.

Vooral Suiveer trok de aandacht als aanjager van volle zalen bij belangrijke wedstrijden in Martiniplaza. In zes wedstrijden bracht hij liefst 21.180 mensen naar binnen, een moyenne van 3530. Voor Lycurgus, dat in de competitie gemiddeld ongeveer 250 m/v ontvangt, uitzonderlijk. Suiveer, een omnivoor als het om (top)sport, is toe aan een nieuwe uitdaging.

Paulien Schoonhoven haalde ook geld binnen voor Lycurgus, zij in haar rol als bestuurslid commerciële zaken. Ze heeft haar functie echter ter beschikking gesteld als gevolg van emigratie naar de Bahama's. Daar heeft ze een werkkring aanvaard als trainer/coach bij Bureau Land, een internationaal georiënteerd instituut voor toepasbare psychologie. Ook haar gaat Lycurgus nog missen.

Het mooie van amateurvoetbal is dat je bij elke club wel een bijzondere supporter c.q. medewerkers treft. Bij Oranje Nassau in Groningen is dat Aike Norg. Wat maakt hem zo bijzonder? Nou, deze Aike Smit bezoekt elke thuiswedstrijd van de Coendersborgclub. Vanuit zijn woonplaats Zeerijp wel te verstaan. En ook nog eens op de fiets. Al met al een retourtje van zo'n 60 kilometer. En dat voor een 75-jarige die zelf altijd bij De Fivel heeft gevoetbald. Hij kwam bij toeval eens bij Oranje Nassau terecht en dat beviel zo goed dat hij er nu al tig jaren bij het vaste decorum zit. Wat mij betreft petje af voor deze Aike.

En wie zag ik bij het aloude Velocitas 1897 langs de lijn staan? Jawel, Anjo Mekel, de dit jaar opgestapte assistent-coach van de Groninger basketbaltrots Donar. Gaat hij de voetballerij in? Nee, coach Mekel stond er, in gezelschap van een andere voormalige assistent-baskelbalcoach (bij Groene Uilen), Jeroen Hamminga, naar zijn zoon Quinn te kijken. Deze Quinn is bij Velo momenteel zeer succesvol als spits. Hij heeft er dit seizoen al negentien in het mandje gelegd en is daarmee met afstand topscorer van de kersverse zaterdagclub. Weliswaar scoort Quinn aan de lopende band in de vijfde klasse, maar zo te zien, zou hij het ook hogerop wel kunnen.

Anjo Mekel had overigens ook een basketbalnieuwtje; Donars grootste talent, de 16-jarige Rienk Mast, zal niet meer zo heel lang in MartiniPlaza te zien zijn. Hooguit nog anderhalf seizoen. Media 2019 hoopt hij zijn middelbare schooldiploma te halen en dan mag hij proberen zijn talent uit te bouwen in de Verenigde Staten. In het universiteitsteam van Oregon State hebben ze al een plaatsje voor de ruim twee meter lange Groninger ingeruimd.

Aan de andere kant van de A7, bij GRC Groningen op sportpark Corpus den Hoorn, werden onderscheidingen uitgereikt. De eminente archivaris Ab Gewald kreeg het zilveren speld van de KNVB voor zijn grote verdiensten bij de GVV Royal Combinatie. Ook waren er erespelden voor Bauke – roepnaam Bob – Blok en Klaas van Dingen. Beiden staan inmiddels een halve eeuw op de ledenlijst van GRC. Van Dingen is trouwens niet alleen waardevolle GRC-kracht, hij voelt zich als oud-Winschoter ook nog een rasechte WVV'er. Klaas speelde er nog met toppers als Jan Mulder en Jan Blom.

Oud-GRC'er Gerard Pluim die zich al weer geruime tijd verdienstelijk voor Geel Wit Ameland, is op het eiland ook door de lokale politiek ontdekt als waardevol bestuurder. Hij is er penningmeester geworden van Ameland '82, een partij die in de raad drie zetels heeft en van Ameland een echt sporteiland wil maken. Sportevenementen worden door Ameland '82 gezien als toeristische trekkers.

We hadden het al een tijdje gemist, de vorig jaar met veel klaroengeschal en tromgeroffel geïntroduceerde sporttalkshow van Podium TV en het Dagblad van het Noorden. Maar het wekelijkse programma van anchorman Henk Kok en side-kick William Pomp is al weer een stille dood gestorven. Simpelweg omdat het financieel niet uit kon, aldus het – niet bevestigde – verhaal.

Wat ook ter ziele is gegaan, is de zondagtak van de Hoogkerker fusieclub HFC '15. Geen voldoende mankracht meer. Sneu werk voor de pas aangestelde trainer Roelof Rutgers, die na een vervelende ervaring bij Veendam 1894 met frisse moed onder de rook van de suikerfabriek aan de slag was gegaan. De zwembadmanager van de gemeente Tynaarlo gaat zijn vrije tijd nu invullen met het maken van trainingsuren voor het lopen van de Nijmeegse Vierdaagse. Een uitvloeisel van nogal wat grootspraak op zijn laatste verjaardagsfeestje.

Opmerkelijk bij de bekerwedstrijd tussen de jeugd van Be Quick 1887 (onder 13) en die van Roda JC, voor de beker. Aan de kant trof ik twee klassieke Velocitanen meeleven met de Good Old. Dat waren Bertus Bats en Rio Zoutman, in een grijs verleden vooraanstaande spelers bij aloude aartsrivaal in het Stadspark. Maar nu ze opa zijn, juichen ze ook voor Be Quick. De reden? Hun respectievelijke kleinzonen, Thomas en Renzo, spelen in dit team. Overigens verloren deze jonkies wel. Eervol, want de eredivisionist won pas na strafschoppen. Nee, de jeugd staat Be Quick 1887 er nog steeds goed op.


donderdag 26 oktober 2017

Hoe FC Groningen is verworden tot Pension Hommeles?

Hommeles in de hut van FC Groningen, die tegenwoordig Noordleasestadion wordt genoemd. Die wordt niet vol gespeeld, zoals het beleidsplan richting 2020 wil, maar leeg gespeld. Het draait voor geen meter bij de FC en dan kun je wachten op negatieve effecten, zoals afgelopen weekeinde, toen de leiding van de club bekend maakte dat het twee van haar betere spelers, topscorer Mimoun Mahi en zijn maatje Oussama Idrissi, tot nader order uit de eerste selectie heeft gebonjourd. Wat de heren precies hebben uitgespookt na afloop van de wedstrijd tegen Willem II bleef (althans tot het moment dat deze krant ter perse ging) binnenskamers. Directeur Hans Nijland meldde in een perscommuniqué slechts dat er ontoelaatbare grenzen waren overschreden.

Vervolgens ging er een Gronings bombardementje los op de social media, waar veelal trainer Faber als schuldige van de heibel werd aangewezen. Nu is hij al geruime tijd de zondebok bij het overgrote deel van de geachte clientèle vanwege de tegenvallende resultaten, maar om hem nou ook maar rücksichtslos als Kop van Jut weg te zetten in deze affaire is nogal misplaatst omdat alle direct betrokkenen hun kaken stijf op elkaar hielden.

Wat wel helder (sic. Nijland) is, is dat dit incident te maken heeft met de neergaande spiraal waarin FC Groningen verzeild is geraakt. En ja, dat leidt tot almaar slechter bezette tribunes. Het sportpubliek in Groningen is meedogenloos. Het wil wel ergens naar komen kijken, als er maar aan haar trots wordt geappelleerd. Zie ook Donar. MartiniPlaza zit (veel) voller als een laagvlieger als Weert komt figureren dan als er Europese club van naam op bezoek komt.

Het oppoetsen van het Groningen-gevoel lukt alleen als er meer wordt gewonnen dan verloren en dat is momenteel bij FC Groningen 'even' niet het geval. In het Oosterpark werd ook soms voor slechts 7000 m/v gespeeld. De FC anno 2017 is, door allerlei oorzaken, verworden tot een tobclub. Het glorieuze Euroborgeffect is tien jaar na dato nagenoeg volledig verdwenen en het ziet er niet naar uit dat er een snelle kentering op komst is. Integendeel zelfs, gelet op de ontwikkelingen op de (inter)nationale voetbalmarkt.

Jan Publiek, blijkbaar onwetend van wat er zoal in voetballand speelt, heeft daar geen boodschap aan en ziet een andere oorzaak; de trainer. Momenteel is Ernest Faber aan de beurt, nadat eerder al Pieter Huistra, Robert Maaskant en Erwin van de Looi met pek en veren uit Nijlands hut zijn verbannen. Doelman Sergio Padt, gesterkt door zijn sterke optredens in het doel, kapittelde vorig week het Groninger publiek om haar negatieve houding richting trainers.

Padt ging daarmee pal voor Faber staan en dat was een moedige daad. Hij heeft ook niets te vrezen van de supporters. Zonder hem had de FC onder de degradatiestreep gestaan. Waarmee niet gezegd is dat er niks op Faber valt aan te merken. Alleen al in zijn voor- en nabeschouwingen komt hij niet sterk over. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld, kondigde hij een agressieve speelwijze aan tegen Willem II. De les van AZ (toen de FC in de tweede helft er vol tegenaan ging) was geleerd en de Tilburgers konden hun borst nat maken. Echter wat gebeurde, FC Groningen begon, nota bene in haar eigen veste, weer afwachtend en behoedzaam. Wellicht was de vrees voor Tilburgse counters groter dan de wil om deze laagvlieger alle hoeken van het veld te laten zien.

Dat heeft natuurlijk ook te maken met kwaliteit. FC Groningen is als het Nederlandse leger; door minder financiële middelen is de slagkracht hard achteruit gegaan. Generaal Faber wordt zonder deugdelijke wapens het strijdtoneel van de eredivisie opgestuurd. De club kan niet meer concurreren met clubs als AZ, FC Utrecht, Vitesse en toch ook weer Heerenveen. Het technisch kader heeft daar niet adequaat op kunnen inspringen, sterker nog, heeft vele planken misgeslagen. Clubs met minder geld zoals PEC Zwolle, ADO Den Haag, Heracles, Willem II en zelfs Excelsior, hebben betere dan wel gelijkwaardige selecties. Dat wordt bij de beoordeling van Faber nogal lichtzinnig over het hoofd gezien.

Wat Faber wel kan worden aangewreven is de trainingsintensiteit die hij van zijn spelers eist. Die lijkt niet buitengewoon groot. Doorgaans wordt er maar één training per dag aangekondigd, die meestal ook nog na koffietijd begint. Wie 's middags rond de klok van half drie op de A7 langs 'Corponello' rijdt, ziet meestal een leeg trainingsveld. Dat staat in schril contrast met een club als Lycurgus, waar de spelers elke morgen om acht uur al op het appèl worden verwacht in het Alfa College voor een twee uur durende sessie. En ook 's middags wordt er bij de volleybalkampioen van Nederland flink doorgewerkt: van 15.00 tot 19.00 uur.

FC Groningens topsportmanager Gerard Kemkers zou ook graag zien dat de beroepsernst van profvoetballers eens wat groter werd, maar tot dusver slaat zijn visie blijkbaar niet aan op Corpus den Hoorn. Voetballers wanen zich nu eenmaal superieur aan vertegenwoordigers uit andere sporten. Dat is betreurenswaardig en het is te hopen dat de directie Kemkers eens wat meer mandaat geeft als het aankomt op trainingsideologie. Juist nu de doorsnee Nederlandse voetballers fysiek meer en meer te kort schiet.

De oud-schaatscoach heeft dat ook verdiend, al was het alleen maar omdat hij met zijn kennis van zaken, in combinatie met zijn verbale lenigheid, de bouw van het topsportzorgcentrum voor FC Groningen bij de politiek over de streep trok. Gebeurt dat niet, dan is het de vraag hoe lang Kemkers met zijn intense sportbeleving de (gemakkelijk aangedraaide) attitude van voetballers nog kan aanzien.

Hoe dan ook, voor Faber nadert einde verhaal bij FC Groningen. Hoogstens zit hij dit seizoen nog uit, maar dan moet hij voor de winterstop nog wel even uit de gevarenzone zien te blijven. Na dit seizoen komt er, zo veel lijkt wel zeker, een nieuwe man op de spelersbok. Maar die zal er verstandig aan doen zich eerst goed te vergewissen van de mogelijkheden bij FC Groningen. Zoals het er nu naar uitziet, zal de begroting (dit seizoen met twee miljoen naar beneden bijgesteld) weer verder omlaag moeten om niet in de rode cijfers terecht te komen. Het eigen vermogen is ook al flink geslonken.

Waarmee we – tot slot – bij de leiding van FC Groningen terecht zijn gekomen. Hans Nijland dus. De directeur heeft een prachtige staat van dienst bij FC Groningen opgebouwd, mede omdat hij het tij (bouw Euroborg) mee had. Er is geen bestuurder in het Nederlandse voetbal die zich met zoveel passie en bezieling voor zijn club inzet als Hans Nijland. Bovendien kun je hem om een boodschap sturen als er onderhandeld moet worden over transfers en aanverwante zaken.

Echter, (club) liefde maakt soms ook blind. Dat is bij de algemeen directeur ook het geval. De spreekwoordelijke Groningse nuchterheid zit hem niet in zijn (Amstelveense) genen. Maar Hans Nijland moet zijn 'volk' ook eens minder blijde boodschappen durven brengen. Te beginnen bij de veranderde verhoudingen in het hedendaagse voetbal, waar FC Groningen onder te lijden heeft. Daarom doet hij er goed aan niet meer zo hoog van de toren te blazen dat 'zijn cluppie' voor Europees voetbal gaat. Is verre van realistisch.

Hij moet aan de goegemeente in deze donkere dagen simpelweg gaan vertellen hoe de vlag er werkelijk bij hangt, dat dit FC Groningen momenteel niet meer de kwaliteiten heeft tien jaar geleden, toen het goede sier kon maken met toppers als Nevland, Suarez, Granqvist, Berg en Tadic. Dat de tering naar de nering moet worden gezet. En dat er daarom een zuinig transferbeleid gevoerd moet worden, met transfervrije spelers (Te Wierik), kneusjes (Kane), koopjes (Veldwijk) en jeugdige huurlingen (Doan en Antuna). Deze transferpolitiek staat in schril contrast met zijn belofte na afloop van de competitie 2016-17 dat FC Groningen zich flink zou gaan roeren op de transfermarkt. 

Dat hij vorig jaar in de winterstop voor een lucratieve transfer van Mahi (en ook voor FC Groningen) ging liggen, was zijn goed recht, maar daarvoor krijgt hij nu de rekening gepresenteerd. De Marokkaanse international loopt inmiddels hevig gefrustreerd rond in de Euroborg nadat ook afgelopen zomer zijn vurig gehoopte vertrek uitbleef. Het zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan Mahi's muiterij. Hoe dan ook, met onwillige honden is het kwaad kersen eten. Nu moet Mahi wellicht voor en dumpprijs worden verkocht.

Te pas en te pas echter kruipt Nijland ook in zijn vroegere job als snelle advertentieverkoper. Die ook nog eens te vaak knollen voor citroenen verkoopt. Zoals het met veel bombarie presenteren van de Japanse jongeling Ritsu Doan (“Ik ben een Groninger,” werd hem deze Kennedy-act voorgezegd) als een aanstormende superster. Doan was een van de uitblinkers op het WK onder 19, verkondigde hij als een ware evangelist.

Maar, denk je dan als toehoorder met een beetje kritische inslag, zouden al die honderden scouts en al die topclubs uit heel de wereld, dan hebben zitten slapen bij dat toernooi? Hetzelfde verhaal geldt in feite voor het Mexicaantje Uriel Antuna, die inmiddels voor onbepaalde tijd in de anonimiteit is geparkeerd.

Het waren even begrijpelijke als doorzichtige pogingen van Hans Nijland om de teleurstellende verkoop van seizoenkaarten nog enigszins op te trekken. Groningers, nuchter als ze zijn, hanteren dan echter de wet van Blinde Maupie: eerst zain, dan gleuv'n.

Met dit soort reclamepraatjes schroef je de verwachtingen van je publiek onevenredig hoog op. En als de geboden waar dan tegenvalt, zit de trainer – in dit geval Ernest Faber – met de gebakken peren. Hij wordt opgezadeld met een verwachtingspatroon waaraan hij onmogelijk kan voldoen. Dus als er weer eens een fluitconcert in het Noordleasestadion ten gehore wordt gebracht, mag ook Hans Nijland als eindverantwoordelijke van het groenwitte voetbalbedrijf zich dit aanrekenen.


Derde Helft (356)

Beer van Bakkeveen criteriumkoning van 2017

Post vanuit Buitenpost, afzender Foppe de Vries. Dat betekent dat deze illustere wieler- en (marathon)schaatsstatisticus de nieuwe criteriumkoning annonceert. Dit jaar is de kroon voor………… tatarataaaa….. Johan Knol, alias de Beer van Bakkeveen. Hij scoorde in de 21 rondjes om kerk en kroeg in Groningen, Friesland en Drenthe de meeste punten. Een veelwinnaar was hij echter niet, het bleef bij zegge en schrijve één bloementuil, hem overhandigd in Westereen, ofwel Zwaagwesteinde.

Voormalig criteriumkoning Peter Stokje, tegenwoordig langeafstandsloper, zal om dit klassement minzaam lachen. Hij is van mening dat je voor zo'n eretitel minstens tien criteriums moet winnen.

Maar dat was vroeger, toen het nog criteriums regende. Die tijden zijn voorbij. Jeff Vermeulen uit Borger mag zich een jaartje onderkoning noemen. Hij pakte meer zeges (3), maar minder punten. Ook Muntendammer Paul de Haan kwam (weer) op het podium, dit keer met plek 3.

Overigens heeft De Vries' collega-statisticus Taeke Plas na enkele jaren van twijfel zijn cijferhobby voor het Groninger allroundschaatsen stopgezet. De aardigheid was er af gegaan door enerzijds een technische probleem met zijn computer en anderzijds de fusie van de gewesten Groningen en Drenthe. Dat betekent dat we zijn even befaamde als gevreesde Grunneger Scheuveljoarbouk na meer dan veertig jaar moeten missen. En daarmee ook zijn messcherpe aanvallen op bobo's en ander volk dat in de Plas'ogen onnodig zit te morrelen aan het klassieke allroundschaatsen.

Oude ijshockeyglorie woonde de seizoenouverture van GIJS bij. Niemand minder dan Rob van Aarem, samen met Martin Leeflang en Frans van Erp in 1969 de grondlegger van deze flitsende sport in Groningen, behoorde in Kardinge tot de toeschouwers. Het deed voorzitter Jacob van Gelder, die nog met Van Aarem heeft gespeeld, zichtbaar deugd. De oud-straaljagerpiloot, die tegenwoordig in de Amerikaanse staat Florida woont, zag zijn cluppie dik winnen van de Smoke Eaters uit Geleen.

De commissie die de eerste sporttalenten moet wegen die zich hebben gemeld voor steun van de kersverse John Schokker Foundation is direct al flink met wat werk opgezadeld. Onder leiding van voorzitter Rob de Waard moeten er vooralsnog zeventien kandidaten worden gewikt en gewogen. De Waard krijgt daarbij steun van alom erkende experts als Karin Kienhuis, Hans Robben, Johan Toren, Jack Suiveer en bovengetekende. Wie de gelukkige(n) zijn, wordt over enkele weken bekendgemaakt. Overigens kunnen kandidaten zich nog tot 1 november aanmelden op dit adres: www.johnschokkerfoundation.nl
We hebben ook weer eens een nieuwe wereldkampioen in onze contreien mogen begroeten. De laureaat heet Sjors Beukeboom, student te Paterswolde. Hij werd in het Duitse Dürrheim wereldkampioen wielrennen voor journalisten. Sjors slaapt daarom al een paar dagen op twee oren, zoals de Belgen dat plegen te noemen als iemand in de spreekwoordelijke wolken verkeert. Het is de student van het Zwolse Windesheim van harte gegund. En alsof de koek niet op kan, kreeg hij vorige week ook even een stageplek bij NOS Sport aangeboden.

De meest opmerkelijke naam in het Groninger amateurvoetbal is toch wel Quirin de Flines. Hij is de nieuwe fiscus (pennigmeester) van de GSAVV Forward. Overigens wel een naam die bij deze studentenclub past. En ja, in Groningen komen steeds meer buitenlanders studeren. Maarrrrrr….. Quirin is dus gewoon een Grunneger, geboren en getogen in Appingedam

Een frase uit zijn intreerede in het clubblad De Oude Schoen: “Als echte Damster had ik alle kenmerken van een échte pauper. De ketting met naamplaatje voor als ik mezelf zou kwijtraken, hing vol trots dagelijks om mijn nek. Ook uit mijn kledingkeuze was snel op te maken dat ik uit een stad kom waar de kermis populairder is dan de kerk en waar alleen échte coole jongens shag roken op hun opgevoerde brommers.”

Johan Poppinga is een instituut op het universitaire sportcentrum op het Zernike-complex. Maar niet voor lang, want hij gaat met pensioen na bijna 40 dienstjaren. Zijn laatste grote klus was het coördineren van alle lustrumactiviteiten ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Sportcentrum, onder meer de broedplaats van het huidige Donar. In een afscheidsinterview voor het periodiek Broerstraat 5 kondigt hij een grootscheepse verbouwing van dit sportieve studentenbolwerk aan. En als het het aan hem ligt wordt er ook nog een openluchtzwembad in het nabijgelegen Reitdiep aangelegd. Out of the box-denken heet dat.

Overigens is het in Poppinga's sportpaleis groot geworden Donar onderscheiden met de Sport in Stad Award 2017. Uit handen van mr. Martijn van der Veen, de directeur van deze snel aan populariteit winnende website, ontving Donars voorzitter Jannes Stokroos de trofee, die vorig jaar een prooi was voor Lycurgus-coach Arjan Taaij.
Het kon natuurlijk niet uitblijven, een ode van stadsdichter Filippus, alter ego van Oosterparker Evert Meijer, voor de inmiddels ex-international Arjen Robben. Hier komt -ie:

Is geboren in Beem
misstaat niet in de Hall of Fame
vliegt van noord naar zuid
gooit af en toe een hengeltje uit
heeft geen kapsones
krijgt ieder jaar een bonus
vertoeft graag in het groene
speelt altijd op speciale schoene
houdt niet van poeha
bespreekt de zaken met z'n pa
maakt geregeld een ommetje
eet soms uit een kommetje
is ontzettend kien
en deelt de lakens met Bernadien

E. FILIPPUS


donderdag 21 september 2017

Derde Helft (355)

GEWONNEN, twitterden Sandra Beckerman en Tjeerd van Dekken afgelopen week opgewonden van blijdschap in het rond. Hun actie om de in 2015 overleden Dick Nanninga blijvend eerbetoon te geven in het Oosterpark is beloond. Wethouder Roeland van der Schaaf en directeur Henk Raatjes van woningcorporatie Nijestee hebben groen licht gegeven voor – waarschijnlijk – een muurschildering in de wijk, die de stad Groningen sportief zo veel moois heeft bezorgd. Met voetballers als Piet Fransen en Dick Nanninga, maar niet te vergeten ook het Oosterparkstadion, dat nog altijd een magische klank heeft in het land.

Beckerman en Van Dekken, twee politici van respectievelijk de SP en de PvdA, namen vorig jaar het initiatief om Dick Nanninga, geboren en getogen Oosterparker, met een duurzame herinnering te eren. Zij kregen daarbij steun van FC Groningens directeur Hans Nijland, RTV Noord-presentator Pieter de Hart en bovengetekende. Want, stelden zij, Dick Nanninga heeft als 'kind van het Oosterpark' veel betekend voor het Nederlandse voetbal. Hij is nog altijd de enige international die in een WK-finale heeft gescoord, in 1978 tegen Argentinië.

Bij zijn geboortehuis in de Lindenhof 14 werd met enig ceremonieel vertoon het eerbetoon bekendgemaakt. Henk Raatjes: “,We gaan nu op zoek naar een geschikte muur, het liefst op een nieuwbouwcomplex. Die blijft de eerstvolgende honderd jaar staan.” Nijestee heeft overigens al vier prominenten voetballers geëerd met muurschilderingen op huizenblokken die op het voormalige stadionterrein zijn gebouwd. Dat zijn Piet Fransen, Martin Koeman, Tonny van Leeuwen en Arjen Robben.

Ook blijde gezichten op het sportcomplex van de studenten, kortweg de ACLO genaamd. Her sportcentrum bestaat 50 jaar en dat werd uiteraard groots gevierd. Sportminnend Groningen mag zich gelukkig prijzen met de ACLO-studenten, die onze universiteitsstad wereldwijd hebben uitgedragen. Wie naar rechts kijkt in de entreehal kan bijvoorbeeld de Olympic Wall niet ontgaan. Hier staan zo'n vijftig sporters afgebeeld die als Groninger student aan de Olympische Spelen hebben meegedaan, van Be Quick-voetballer Hans Tetzner (1900) tot Gyas-roeister Sophie Souwer (2016).

En wat te denken van een club als Donar, die is uitgegroeid tot de op één na grootste sportattractie van Stad en Ommeland. Maar ook clubs als Donitas, Veracles, Groene Uilen, TAM (tennisclub die de Nederlandse Davis Cupteams altijd hartstochtelijk steunt), Gyas, De Walvisch, Forward, Groninger Studs (hockey) en Aegir hebben Groningen op de sportieve kaart gezet.

Inmiddels sporten 19.000 studenten uit binnen- en buitenland in 49 clubs voor nog geen zestig euro per jaar onder de ACLO-vlag, zei directeur Henrike Schut boordevol trots in haar ontvangstrede. Haar voorgangers zijn uitgegroeid tot ware iconen. Willem Struik, naar wie de centrale hal is vernoemd, is de bedenker van het nog altijd razend populaire BOMmen, ofwel bewegen op muziek. Hij zorgde jarenlang, zittend achter een piano, in zijn eentje voor de muzikale klanken. Zijn opvolger Pieter Tilstra bracht het tot topbobo in de wereld van de Universiades, zeg maar de Olympische Spelen voor studenten.

Aegir, dat vanwege de slet van de zomer-affaire tot nationaal zwart schaap is verworden, had in het feestprogramma overigens een prominente rol toebedeeld gekregen. Een van haar roeiers vormde samen met een Gyasser een bewegend decor voor de act Het sportcentrum draait door, naar voorbeeld van het populaire VARA-programma De wereld draait door. Het ACLO-bestuur had Bram Douwes de rol van Matthijs van Nieuwkerk toebedeeld.

De presentator van stadsomroep OOG interviewde tal van reünisten, zoals enkele leden van de laatste verenigingsacht die Nederland vertegenwoordigde bij de Olympische Spelen. Dat was de acht van…...jawel Aegir, dat toen nog de aandacht trok met topprestaties. Krachtpatsers als Jannes Munneke, Hans Huisinga, Herman Eggink en Pieter Offens behoorden tot de uitverkorenen van Douwes om vooral zoete herinneringen op te halen. Het duo

Pé & Rinus mocht dit onderdeel muzikaal opluisteren, maar de act van de dag was toch van Johan Poppinga, inmiddels de oudste docent van dienst op het Zernikecompex. De oud-trainer van onder meer Forward zorgde voor veel hilariteit met een onemanshow waarin menig ACLO-pik op de hak werd genomen.

O ja, nog even wat namen die er ook rondliepen: Tafeltennisgoeroe Jan Vlieg, ex-topjudoka Karin Kienhuis, professor Gerard Sierksema (ontwerper van de NOC*NSF-prestatiematrix), zijn collega-prof Ruud Koning (hoogleraar sporteconomie), footvolleyballer Erik Drenth, tennisprofessor Popko de Jonge, volleybaltrainer Henk Suichies, ALO-dean Kris Tuinier, Gerro Dijksma (voorzitter van de Raad van Advies van Donar), Joost van Geel (prestatiemanager hockeybond), Joke Rosier (fanatiek toerfietser), Gerard Kemkers (ook al prestatiemanager, hij van FC Groningen), Hein Gert Triemstra (oud-basketbalinternational), Ingrid Munneke (geboren Dusseldorp) en last but not least Joop Alberda, de coach van het gouden volleybalteam van Atlanta 1996.

Moge deze prachtige accommodatie nog lang bestaan, ter meerdere glorie van de Groninger sportwereld.


maandag 11 september 2017

Derde Helft (354)

Groningers die het pronkstuk van een gerenommeerde Amsterdamse sportclub moeten redden. Je kunt het het nauwelijks voorstellen, maar toch gebeurt het. Want zonder Thijs Rondhuis uit Aduard, die het bedrijf Courage Events runt, had Olympia's Tour, de oudste wielerkoers van Nederland, niet meer bestaan. De oudste wielervereniging van Nederland - anno 1898 – die illustere kampioenen als Peter Post, Henk Faanhof, Jan Derksen, Piet van Heusden, Leen van der Meulen, Cor Schuuring en Frans Mahn voortbracht, kan haar eigen ronde niet meer organiseren bij gebrek aan mensen en middelen. 

Rondhuis heeft daarom uit pure wielerliefde de zieltogende Amsterdamse boel overgenomen. Er zit momenteel zelfs geen druppel Mokums bloed meer in de organisatie, laat Rondhuis weten. Maar met zijn historisch besef wilde hij niet aan de naam tornen van dit prachtige wielermonument, dat nota bene zelfs niet meer in de buurt van hoofdstad te zien is. Ik stel derhalve het bestuur van ASC Olympia voor: Lintje voor Rondhuis.

Meer fietsen. Good Old Johan Franke, voorheen de ruimhartig sponsorende Meubelgigant van 't Zuuderdaip, is weer on tour. Dit keer pedaleert hij van het Franse eiland Corsica naar Rome. Dat gaat niet altijd volgens plan, zoals op dag 5, toen er een rit van Saint Florent naar Calpi op zijn etappeschema stond. Voor het gemak had de 75plusser – modern als hij is – de GPS op zijn stuur ingesteld, zodat hij niet te veel op richtingsborden hoefde te letten.

Het ging allemaal lekker, totdat de hij na vijftig kilometer een bordje zag waarop stond: Saint Florent 4 kilometer. De techniek had gefaald. Of Johan zelf natuurlijk. Hoe dan ook, op dag 5 was hij geen meters opgeschoten. Gelukkig kon hij weer in hetzelfde logement terecht voor nog een nachtje Saint-Florent.

Ook Johan Wekema, medeorganisator van onder meer de Slag om Norg en de Drenthe 200, is een randonneur (langeafstandfietser) voor wie het niet gek genoeg kan. Deze Peizenaar is zaterdag vertrokken voor een fietstocht naar….. Faro. Faro? Jawel, die badplaats in het zuiden van Portugal. Wekema, een echte Drentse wielernaam trouwens, hoopt er in 49 dagen te komen. Totale afstand: zo'n slordige 5000 kilometer via Eindhoven, Namen, Nancy, Roanne, Beziers, Girona, Cuenca, Granada, Sevilla en Lissabon.

Wat zijn drijfveer is? “Noem het een jongensdroom, of een verlate midlifecrisis, of geef er een andere naam aan, maar ik wil dit gewoon graag doen.” Op Strava kunt u Johans vorderingen zien.

Jan van Driel is een graag geziene heer in een andere sportwereld, die van het voetbal. De voormalige voorzitter van het district Noord van de KNVB is uit het ware gastheerschap gesneden. Vandaar ook dat FC Groningens directeur Hans Nijland de Beilenaar heeft gevraagd om de helaas veel te vroeg overleden Ate Nijdam te vervangen als begeleider van de arbiters (en hun gevolg) die in het Noordleasestadion moeten fluiten. Van Driel vond het een eervol aanbod en vindt het 'prachtig werk'.

Ivo Wiebering is eveneens voor een klusje gevraagd. De oud-korfballer van Nic. 1, in zijn werkzame leven senior-manager bij KPMG, ging in op het verzoek van de Zuidlaarder club Ritola om er trainer-coach te worden. Want Ritola wil wel eens hogerop. De 36-jarige Wiebering, jarenlang heersend in tal van paalzones, ziet dit als een aantrekkelijke uitdaging. “We spelen nu in de eerste klasse, maar de stap naar de overgangsklasse moet absoluut te maken zijn.”

Het is Wieberings eerste serieuze club als trainer en volgt in 'Berend Botje-town' Ruben de Jong op, die het na zes seizoenen bij Ritola voor gezien hield.

Vrijwilligers zijn het cement van de sport. Geen club of andersoortige organisatie die zonder kan. In Appingedam, waar zo'n 30 evenementen op jaarbasis plaatsvinden, gaat men de 400 medewerkers die daarbij zijn betrokken verwennen met een portie amusement. Dat gebeurt op initiatief van (wie anders) Kees Bijmolt en Hans Meijer, respectievelijk oud-topman van de Damster Stadsloop en oud-trainer van de VV Appingedam.

Zij hebben voor 6 oktober de Nicolaïkerk afgehuurd, waar stadsomroeper/visboer Henk Perdok een keur aan artiesten gaat aankondigen, zoals Henk en Peter de Haan. Burgemeester Anno Wietze Hiemstra neemt de opening voor zijn rekening en Derk Bosscher de presentatie.